Ecologie, instandhouding en microklimaten zijn sleutelwoorden die geassocieerd
worden met de toeristische trekpleisters in Costa Rica. Dit kleine land in
Midden-Amerika van slechts 51.100 km² huisvest circa 1.500 verschillende
soorten orchideeën, het dubbele van Thailand en vijf keer zo veel als
Taiwan.
De orchideeën worden echter buiten de reclamecampagnes voor internationaal
toerisme gehouden. Voor de toerist die ervan geniet, is het zoiets als een
onaangekondigd privilege. Tientallen jaren geleden echter, toen het land nog
niet eens droomde over de trotse positie die het tegenwoordig in de reizenmarkt
heeft, was de guaria morada (catleya skineri) het symbool voor het Costaricaanse
Instituut van Toerisme, de overheidsorganisatie voor het promoten en regelen
van de industrie.
Guaria is een woord dat afstamt uit de taal van de Nahua’s. Het voorvoegsel
“gua” betekent boom en het feit dat de bloem deze naam heeft gekregen,
heeft waarschijnlijk te maken met de voornaamste karakteristieken van de epifyten,
die op bomen groeien. “Morado” betekent paars en is de kleur van
de bloem, lijkend op een moerbei; een smakelijke bes van stekelige planten
die op grote hoogtes groeien en gebruikt worden voor het produceren van drankjes
en conserven.
Guaria is eveneens een algemene term waarmee de “ticos” gewoonlijk
de orchideeën aanduiden. Van oudsher werden deze door hun grootouders
op stukken grond en in de tuinen van hun huizen geplant en met name op de
tegels van de schuttingen of tussenmuurtjes. Zangers, dichters, musici en
schilders hebben inspiratie gevonden in deze mooie bloem, die sinds 1937 door
middel van een wedstrijd is verkozen om het land te vertegenwoordigen als
de “Nationale Bloem van Costa Rica”.
Hoewel men tijdens de maanden februari en april kan genieten van de spectaculaire
bloei in vele tuinen in het hele land, is er voor de liefhebbers van orchideeën
een plek waar in één enkele tuin meer dan 1.000 soorten uit
het land bijeengebracht zijn.
Het is de Botanische Tuin Lankester, een stuk grond van 11 hectare, toegekend
aan de Universiteit van Costa Rica, waar men niet alleen 15.000 exemplaren
van wetenschappelijk vastgelegde orchideeën kan bewonderen, maar ook
onschatbare collecties van bromelia’s, cactussen, heliconia’s,
bamboe, palmen en een prachtig secundair bos.
In de jaren ’40 besloot de Britse naturalistische Charles Lankester
- een toegewijde botanicus en leergierig naar de epifyten - een tuin met orchideeën
te creëren op zijn boerderij in Paraíso de Cartago. Na zijn dood,
iets meer dan drie decennia erna, ontwikkelde de Botanische Tuin Lankester
zich tot een centrum voor het tentoonstellen, behoud en onderzoek van tropische
epifyten, met de nadruk op orchideeën. Ook kon het rekenen op steun van
de Amerikaanse Orchideeën Vereniging en de Stanley Smith Horticultureel
Fonds.
De Tuin Lankester is dagelijks open tot in de loop van de middag en bevindt
zich op slechts 26 km van San José, via een weg richting de stad Paraíso
de Cartago. Deze route loopt eveneens richting belangrijke toeristische bezienswaardigheden
zoals de Koloniale Missie van Orosi in de Vallei van de Reventazón
Rivier en de Ruïnes van Ujarrás.
Vanaf San José, de hoofdstad van Costa Rica, kunt u ook per openbare
bus reizen wat ongeveer 40 minuten langer duurt. Vanaf de dichtstbijzijnde
stop dient u echter nog 500 meter te lopen. De entree is US$ 5 en er bevinden
zich duidelijk aangegeven wandelpaden, een winkel en een cafetaria.